Klassieker

Published on september 25th, 2019 | by snoeischaar

1

All hail to the Cassette-tape

Daniel Johnston  (January 22, 1961 –  September 11, 2019)

Een gastbijdrage van FishEye Gumbo

De dag dat ik trouwde was ook de sterfdag van Daniel Johnston, lekker gemakkelijk te onthouden, ook omdat het ook nog allemaal op 11 september plaatsvond, Nine-Eleven. Maar Daniel Johnston dus, (mijn trouwen laten we hier maar even buiten beschouwing); Grote held, Outsider-Artiest, begenadigd tekenaar, en bovenal begenadigd liedjesschrijver, is niet meer.

En een hele bijzondere ‘perfomer’, of zoals Meindert Talma het omschreef in hfd. 53 van ‘Je denkt dat het komt’: “De geestelijke labiele Texaan legde zijn hele ziel en zaligheid in elke noot die hij zong of speelde op zijn gitaar”.

Hem live zien spelen was óók een opgave, een mooie opgave, heel grappig ook, maar ook zwaar, pijnlijk bij vlagen, en altijd met plaatsvervangende ongemakkelijkheid.  De laatste keer was in Barcelona, Primavera 2013, waar je toen apart nog kaartjes voor moest scoren, de Snoeischaar wou wel mee weet ik nog, hoewel hij nog onbekend was met het fenomeen Daniel Johnston.

Een hartverscheurende versie van True Love Will Find You in the End als toegift zal me daarvan altijd bijblijven, traantje weg pinkend, en ook zijn, en mijn, opluchting dat hij er klaar mee was, het goed geweest was, en hij van het podium kon snelwandelen in zijn Superman-T-shirt.

Een ander keer was op Crossing Border, in 2000, in Amsterdam die keer, met Emmylou Harris in de grote zaal van Paradiso, en daarna Daniel in de bovenzaal, op gitaar toen. Een van de meer intense concerten die ik ooit gezien heb, en dat dan van een man solo met een te kleine Spaanse gitaar voor zijn grote lijf, trillend en onvast, totdat hij begon te zingen. Nog steeds trillend en onvast maar tegelijkertijd hemeltergend en ziel doorsnijdend.

Mijn eerste kennismaking met het werk van Daniel Johnston dateert van midden jaren tachtig van de vorige eeuw, de dagen waar ik elke woensdag aan de radio gekluisterd zat, snel naar huis, meestal woensdagmiddag vrij, en dan de Wilde Wereld, en dan lachen met Jacques Plafond, en ‘s avonds verder met moeilijk muziek bij Gerard J. Walhof, en dan afsluiten met Roel Bentz van de Berg met Heartlands.

1985 was ook het jaar van de derde en laatste editie van Pandora’s Music Box, en één van de sensaties daar waren de Butthole Surfers. Zij deden rond die tijd ook een live-set voor de VPRO-radio, en ik zat trouw klaar met mijn cassettedeck, om alles op te nemen. Gerard J. hing bij Gibby Haynes & kompanen aan de lippen, en draaide ook een cassette die door de Buttholes was meegenomen, van ene Daniel Johnston. In de ronkende woorden van Gerard J. een “totale mafkees uit Texas, die de meeste tijd in inrichtingen zat”, en zijn muzikale zielenroerselen toevertrouwde aan een draagbaar cassettedeck, liedjes gespeeld op een krakkemikkige piano, of op een haperend akkoorden-orgel, over zijn onbeantwoorde, en totaal onbereikbare liefde Laurie, het meisje van de Funeral Home.

De live-opnames van de Buttholes waren erg goed, ik heb het bandje vaak gedraaid, maar de liedjes van Daniel tussendoor bleven nog meer hangen. Die weltschmerz, dat onvaste gezang, de onderwerpen van zijn liedjes, de ogenschijnlijke simpliciteit. Ik was gefascineerd, en fan. En ben dat altijd gebleven.

Hoe het precies in die pre-Internet-tijd gegaan is weet ik niet meer,  maar op de een of andere manier had ik daarna het adres achterhaald van zijn toenmalige ‘manager’/zakenbehartiger, Jeff Tarkatov, met hem gecorrespondeerd en uiteindelijk, denk ik, dollars opgestuurd, zodat hij me het hele oeuvre van Daniel op cassette kon opsturen. Dat deed hij namelijk, kopieën maken van de cassettes die Daniel had opgenomen, en die dan per mail-order versturen. En zo had ik een tiental witte cassettetapes in huis, met alle Laurie-verhalen, alle liedjes over monsters, King Kong en superheld Mr. America, over de Beatles en over Casper the Friendly Ghost.

Songs of Pain heette de ene, of Frankenstein Love, of More Songs of Pain, The Lost Recordings I en II, maar de beroemdste was toch wel “Hi, How Are You: The Unfinished Album”, met de iconoclastische kikker  “Jeremiah the Innocent” erop, waarmee hij later ook zoveel indirecte roem vergaarde, via het T-shirt ervan dat Kurt Cobain nogal vaak droeg.

Hi How Are You is later ook op plaat uitgebracht op Homestead Records, zoals meer cassettes van hem, en werd de ‘grote’ doorbraak, vooral door toedoen van Kurt Cobain dan, naar het grote publiek.

Hoe het hem allemaal verder verging kun je nalezen op bv. Wikipedia of in allerlei artikelen en gedenkschriften die er over hem verschenen zijn na zijn dood. O.a deze in de Guardian is goed geschreven, of deze, uit Austin van mede-filmfanaten, met ook beelden van een hele jonge Daniel. En ook van jongere fans, via boingboing

Ik ben al die jaren trouw zijn platen en CD’s blijven kopen, voor een tentoonstelling van zijn tekeningen in Eindhoven ooit, sprongen we als de wiedeweerga in de trein, maar het mooiste souvenir van hem kreeg ik van Estelle J., toen zij in de jaren ‘90 in de VS was, en daar een concert van hem in L.A. bezocht, ik jaloers natuurlijk, wist niet eens dat hij ook/nog live speelde, maar zij was erbij. Net zoals Matt Groening overigens, de tekenaar van de Simpsons. Estelle was genoeg bij haar qui-vive om, behalve van Matt Groening een tekening van Marge Simpson voor haarzelf los te pingelen, ook aan Daniel een tekening voor mij te vragen, waar ik haar nog altijd zeer dankbaar voor ben!

Daniel Johnston had geen gemakkelijk leven, dat is zeker, ondanks zijn toch opgedane roem, beroemde vrienden, of tentoonstellingen van zijn tekeningen, in waterverf en kleurenstift, in gerenommeerde galerieën en musea. En een goed ontvangen, prijswinnende documentaire over zijn leven; “The Devil and Daniel Johnston” uit 2005. Daniel Johnston was nu eenmaal niet gemaakt om daar goed mee om te kunnen gaan.

Misschien is hij wel beter af nu, of zoals Jeff Tarkatov op facebook opmerkte: “I imagine him receiving a hero’s welcome from Vic Chesnutt, Mark Linkous, David Berman, Kurt Cobain, David Bowie and the other greats we lost. And he finally gets to meet John Lennon, if there’s a heaven there is a star for you”. Voor als je in een hemel geloofd.

En nog 1 via Jeff, als metafysische uitsmijter. In de jaren ‘90 werd Daniel’s muziek ook gebruikt voor een balletvoorstelling van het Lyon Opera Ballet in een voorstelling van de gerenommeerde Amerikaanse choreograaf Bill T. Jones. De muziekjournalist Peter Blackstock uit Austin wijdde daar toen een stukje aan, en ik wil jullie zijn laatste 2 alinea’s niet onthouden:

The true beauty of this event was not the irony of hearing Johnston’s music applied to high culture, but rather the glorious affirmation that art itself transcends the artists who create it. As the white-clad dancers (with a male wearing a hood in the central role) acted out free-form interpretations of the struggle between life and death to the strains of “Chord Organ Blues,” “King Kong,” “Don’t Let The Sun Go Down On Your Grievances” and other classic Daniel ditties, it became clear that choreographer Jones had found meaning in these songs that reached far beyond the original conceptions of their composer.

Indeed, what makes music significant in this world is the realization that such inspiration must come from beyond this world — that those who write songs are less creators than discoverers, moved by a muse that cannot be explained by the rules of the universe. Whenever I’m asked if I’m religious, I’m usually tempted to respond, “Yes; music is my religion.” Some people wouldn’t understand that, but watching this performance only served to confirm my faith.

Don’t be sad

I know you will

Don’t give up until

True love will find you in the end

….

Comments

comments

Tags: , , , , ,


About the Author



One Response to All hail to the Cassette-tape

  1. Pingback: LGW dag 4: Kat redt The Ex, Tropical Fuck Storm bekroont de zondag - DeKettingzaag

Back to Top ↑