Podcast

Published on april 18th, 2018 | by Bram Serrée

0

Dit is indiepop (denken we)

Van een oud-programmeur van Theater Kikker te Utrecht (waar je vroeger dus gewoon bandjes kon kijken) begreep ik dat als hij een indieband programmeerde er steevast lefhebbers van de gamelanmuziek kwamen opdagen. De reden: de ontwerper van de reclameposters van het concert corrigeerde dat gekke “ indie” in “Indië”. Indiemuziek was toen in Nederland (we hebben het over de vroege jaren negentig) blijkbaar al geen ingeburgerde term. Maar nog steeds is onduidelijk wat indie nou indie maakt. Wij wagen ons dus maar eens aan een verkenning.

De term indie komt oorspronkelijk uit het Verenigd Koninkrijk van de jaren zeventig. Het was een liefkozende afkorting van “ independent” die DJ John Peel plakte op bands die (nog) niet op een groot muzieklabel getekend waren en muziek uitbrachten op een eigen of klein muzieklabel. Dat weten we natuurlijk allemaal. De legende wil dat The Buzzcocks de eerste eigenaars van een indielabel waren toen ze begin 1977 hun Spiral Scratch EP op het zelf opgerichte New Hormones label uitbrachten. Maar dat is kul, want een half jaar eerder brachten The Saints hun debuutsingle al op hun speciaal daarvoor opgerichte eigen label uitl. En er is ongetwijfeld daarvoor ook heus wel een of ander bandje geweest dat in eigen beheer een plaat uitgaf.

De eerste?

Hoe dan ook: “ indie” werd in de jaren tachtig mede dus door John Peel de verzamelnaam voor een parallel muzikaal universum naast de mainstream, hitparadegeoriënteerde muziek van grote labels. En er waren veel van die indielabels: Postcard, ZE, Factory, Mute, 4AD, Rough Trade en Stiff, je kent ze wel. Het wemelde ervan in Groot-Brittannië. Veel van die labels waren zelf de sterren. Ze hadden een grotere aantrekkingskracht op muziekliefhebbers dan de individuele bands die hun werk erop uitbrachten. Fans kochten in in 1981 niet zozeer de nieuwe single van Joseph K. of Orange Juice, maar gewoon de nieuwe Postcard-release. Indie werd in de jaren tachtig in het Verenigd Koninkrijk zo groot dat een heuse indie top 40 bestond naast de mainstream top 40. En de verkoopaantallen van beide top 10’s ontliepen elkaar niet eens zoveel. Zeker niet toen The Smiths de hitparade begon te teisteren en de facto van Rough Trade een major label maakten.

De dood kwam in de pot toen eind jaren 80 indie definitief doorbrak naar de mainstream. Door het mainstreamsucces van allerlei bands uit Manchester (met name The Stone Roses) roken grote labels een verdienmodel en tekenden veelbelovende bandwagonbands op kleinere, zich als independent voordoende “boutiquelabels”, die als paddenstoelen aan de de Sony’s, EMI’s en Warners van de wereld begonnen te groeien. Gevolg: de markt werd overspoeld met bands met het juiste haar en de juiste kleren, maar die nog geen deuk in een goede compositie konden slaan.

Op de Manchester bandwagon. Strafpunten voor wie weet wie het zijn.

Nadat de indiemuziek begin jaren negentig ook in de USA de mainstream overwoekerde (Nirvana weetjewel), zorgde Britpop halverwege de jaren negentig voor de definitieve nekslag van de Britse indiepop. Het Manchestermechanisme herhaalde zich. Alleen was het aanbod van gehypte bands nog groter en de kwaliteit van de muziek nog minder om naar huis te schrijven. Het duurde dus niet lang of indie als muziekstroming van rebellerende bands en labeleigenaars die muziek vóór geld plaatsten was voorbij. Indielabels gingen stuk voor stuk failliet , hielden er mee op omdat het gewoon niet leuk meer was of gingen zich ook maar gewoon als een groot label gedragen. Richard King heeft dat trouwens allemaal een mooi opgeschreven in zijn boek How Soon Is Now.

Maar is indiepop dan nog steeds dood? Neen, natuurlijk niet! Er zijn natuurlijk altijd allerlei kids die liever sterven van de honger dan hun ziel en integriteit te verkopen aan een grote platenmaatschappij. En hé, met internet deel en verkoop je tegenwoordig makkelijker muziek dan toen je afhankelijk was van obscure fanzines en het distributienetwerk van platenmaatschappijen.

Als je er oog voor hebt, dan zie je dat indiepop spinglevender is dan ooit. Wereldwijd is er een groeiende sien van bands die van hun singles nooit meer dan 316 exemplaren verkopen, maar die met plezier zelf hun hoesjes ontwerpen, die met hun eigenste knuisten vouwen en lijmen, ze in karton verpakken, postzegels erop plakken en zelf in de brievenbus stoppen om hun wereldwijde netwerk van liefhebbers te bedienen. Ze schrikken er ook niet voor terug om in een aftands busje stad en land af te reizen om voor een appel en een ei in stinkende kelders voor 37 betalende bezoekers hun kunst ten tonele te brengen.

Een intensieve studie van de redactie van De Kettingzaag (waarvan we hier de tussentijds resultaten presenteren) wijst uit dat deze indiepopbands naast een DIY-ethos een muzikaal idioom delen. Dat voldoet altijd aan een of meer van de volgende voorwaarden en stijlvereisten:

  • De band klinkt als een 80s indiebandje (Johnny Marr gitaargeluid, Peter Hook basgeluid, C86-jangle, gruis van Jesus & Mary Chain, slordigheid van Pavement, hooks van The Wedding Present, vul maar in…)
  • De band gebruikt Motownritmes
  • De band is geïnspireerd door Northern Soul
  • Muzikanten klinken alsof ze hun instrument tenauwernood beheersen
  • De drummer heeft een tamboerijn op zijn hihat gelegd
  • De zanger of zangeres zingt niet altijd zuiver
  • De song heeft bewust weinig production value
  • Teksten zijn introspectief en weerspiegelen een bovenmatig ontwikkeld gevoelsleven
  • Teksten zijn niet gespeend van maatschappijkritiek
  • Minimaal één bandlid draagt een t-shirt of trui met horizontale strepen

Verder zijn leden van indiebands vaak veganist of sympathiseren met voorstanders van een vleesloze maatschappij. Daarnaast wensen bandleden van een belangrijk subgenre van de indiemuziek hun seksuele voorkeur of geslacht niet duidelijk te definiëren. Alle andere indiebands tolereren dat en juichen het in veel gevallen toe.

The Spook School uit Edinburgh scoort hoog op onze indiepopindex

De bands die wij hier onder de term indiepop scharen komen overigens lang niet allemaal uit Groot-Brittannië. Er zijn indiebands uit Duitsland, Japan, Frankrijk, Spanje, de Verenigde Staten, Noorwegen, Rusland, Zuid-Korea Indonesie, India en zelfs uit Nederland (hoewel niet veel). Deze bands en hun fans treffen elkaar in allerlei uithoeken van het internet, in stinkende muziekkelders, maar ook jaarlijks op een aantal speciaal aan indiepop geweide festivals. Zo is er Indiefjord in Noorwegen (“Bringing indiepop to the fjords”), Madrid Popfest, Cologne Popfest (aanstaand weekeinde!), NYC Popfest en het indiepopfestival der indiepopfestivals Indietracks in de Britse midlands. De affiches van deze festivals vertonen vaak dezelfde bandnamen en trekken dezelfde bezoekers. De Indiepopscene is voor veel liefhebbers blijkbaar een soort familie die je wel graag af en toe opzoekt.

Om ook je oren een indruk te geven van waar we het nu helemaal over hebben, vind je hieronder een staalkaart van alles dat indiepop is en kan zijn. Onderstaande podcast bestaat uit het neusje van de zalm van artiesten die de afgelopen tien jaar op Indietracks (en vele andere indiepopfestivals) opgetreden hebben. Alleen luisteren met horizontaal gestreept shirtje aan!

Comments

comments

Tags: , , , , , , ,


About the Author



Comments are closed.

Back to Top ↑