Klassieker

Published on januari 28th, 2018 | by snoeischaar

0

De eerste tien singles van The Fall

Op 24 januari 2018 ontviel ons Mark Edward Smith .‘Life is a fall from the womb to the tomb,’ mompelt men weleens, ofwel we vallen vanuit het ene zwarte gat in het andere zwarte gat, en van dat eerste gat herinneren we ons niks meer en van het andere gat weten we niks. Maar tijdens die val kun je een hoop leuke dingen ondernemen. Muziek maken met een bandje bijvoorbeeld en tekeer tegen alles wat je niet bevalt. En dat dan weer op vinylen plaatjes laten persen en uitbrengen. Mark E Smith wist er alles van en laat een stel onvergetelijke zwarte schijfjes na. Dus kom, laten we hier de eerste tien van die Fall-45s eens bij de lurven pakken.

1)
Debuut-ep ‘Bingo Master’s Break-Out’ verschijnt op het Londense A Step Forward Label, één van de indie-labels van Miles Copeland, de broer van de Police-drummer. Opgenomen in november 1977, waarmee we nu meteen definitief kunnen vaststellen dat het oeuvre van The Fall bijna op de kop af 40 jaar omvat. Mark E Smith noemt zijn band naar een roman van Albert Camus (op zijn Frans: ‘La Chute’) en voordien heetten ze eventjes the Outsiders, ook al ontleend aan werk van Camus. Aanvankelijk zou dit plaatje uitkomen op het Manchester label New Hormones, maar dat feest ging om onbekende redenen niet door. Hey zeg, dat zou wat geweest zijn qua impact op de popmuziek, want ook de fameuze ‘Spiral Scratch’ ep van The Buzzcocks verscheen op dat piepkleine indie-label!

Bingo Master’s’ komt uiteindelijk uit in augustus 1978. Van groot belang is het b-kantje ervan, ‘Repetition.’ Dit kunnen we met gemak beschouwen als een beginselverklaring van de toen net 20-jarige snotneus, want het schier eindeloos repeterende zou een belangrijk element in hun muziek gaan vormen. Mark legt hier uit wat hem drijft: All you daughters and sons / who are sick of fancy music / we dig repetition/ repetition of the drums / and we’re never going to lose it / This is the three R’s / The three R’s: Repetition, Repetition, Repetition.’

2)
It’s the New Thing’ wordt ingeluid met een kinderlijk simpel ‘e-piano’ riedeltje van Yvonne Pawlett. Een band met in de gelederen een lieftallige jongedame die de keyboard bespeelt volgens het 1-vinger-systeem terwijl ze erbij staat te kijken alsof ze haar nagels staat te lakken, New Order zou er later groot mee worden. Het nummer gaat over het kwalijke persmechanisme waar hun stadgenoten the Buzzcocks destijds mee opgezadeld werden: door de pop-pers uitgeroepen worden tot “the next new thing for 1979.” Zoiets brengt natuurlijk veel druk en valse verwachtingen met zich mee, en het jaar erop wordt je ‘uit’ verklaard en kun je wel inpakken. Hetgeen de Buzzcocks dan ook prompt overkwam.

Door de ogen van diezelfde pers was dit plaatje ‘It’s the New Thing’ vooral een voorbeeld van een geslaagde, muzikaal verantwoorde rocksong. Geen vaag 3-nummers ep-tje maar een eenduidig nummer met een heldere en goedgespeelde A-kant, precies zoals men dat wenselijk achtte. Een grote vooruitgang ten opzichte van het debuut, was dan ook de conclusie. Overigens, de samenstelling van The Fall zou met bijna elke release veranderen, deze is voor het eerst met Marc Riley op bas, de latere/huidige BBC6 disk jockey.

3)
Maar The Fall was natuurlijk niet voor één gat te vangen. Tegen de verwachtingen in wordt de luisteraar er met hun derde single ‘Rowche Rumble’ (we zijn dan aanbeland in 1979) weer aan herinnerd hoe The Fall bedoeld is: scherpe, meer gedeclameerde dan gezongen teksten tegen een achtergrond van schijnbaar slordige en nonchalant gespeelde, altijd repeterende en bijna onbeholpen klinkende muziek, gespeeld door non-muzikanten, want zo wil Mark E Smith het. Ook de bandlook (vage zwart-wit kiekjes van een stel lomperiken die zich tonen als totale anti-fashion statements), de grafische opmaak (informatie nooit als hapklare brokken gepresenteerd, maar altijd middels opzettelijk lelijk, knullig ogend viltstift gekledder, expres verkeert gesgreven text en/of, slecht leesbare typemachine-font), horen daarbij. Ook Mark E Smith’s dwingend-uh dictie-uh is een handelsmerk, wat dat betreft kan James Murphy-uh van LCD Soundsystem, de bolle yank die nu al twintig jaar in de coulissen staat de trappelen, die fakkel nu definitief overnemen.

In ‘Rowche Rumble’ gaat Mark tekeer tegen de producent van Valium, de Zwitserse pharma-multinational Roche. Now I’ve tried crazy things / abusing my body to a great end  / but I’ll never never never never do it again,’ bezweert Mark ons. Het zou een obsessie worden voor Mark, de moderne maatschappij waarbij iedereen ofwel door een ‘psycho maffia’ wordt platgespoten, ofwel door een grote broer wordt afgeluisterd ofwel door persmuskieten onfair worden behandeld, ofwel door anderen anderszins benadeeld. Dit plaatje is meteen de laatste in de ‘vroege’ Fall samenstelling. De halve band is dan al weggelopen en de andere helft weggeschopt, Mark E Smith is zodoende binnen een jaar na het debuu de enige overgebleven ‘original band member.’ Vanaf dat moment is hij alleenheerser en werkgever, hij ontslaat en neemt bandleden aan alsof het een leuke hobby is. Nog kort voor zijn dood verklaart hij er trots op te zijn dat de manager van Prince ooit gezegd heeft dat hij en Prince de enigen zijn ‘who can recruit from the streets.’

4)
Vierde single / tweede ep ‘Fiery Jack’ uit februari 1980.  Het is het laatste Fall-product op A Step Foward Records. Een prominente rol is hier weggelegd voor nieuwe drummer Mike Leigh die afkomstig is uit een lokaal rockabilly-bandje. Zijn rockabilly backbeat schuurt en contrasteert mooi met de onbeholpen gespeelde gitaarlicks en Mark’s postindustriële gejank waardoor er een soort demented Elvis-from-hell effect ontstaat. Wellicht gaf The Fall hiermee onbedoeld het goede voorbeeld want ook fellow-Mancunians The Smiths zouden in latere jaren pogingen ondernemen tot het incorporeren van rockabilly-beats in hun muziek en ook bij hen maakte het half mislukte eindresultaat het juist intrigerend. (zoals in ‘Shakespeare’s Sister,’ ‘Vicar in a Tutu’).

5 en 6)
De band maakt een overstap naar het Rough Trade label en daar maken ze twee singles, ‘How I wrote ‘Elastic Man’’ en ‘Totally Wired.’ Beide zijn uit 1980 en beide zijn te zien als voorlopers van The Fall’s derde LP “Grotesque, After the Gramme.”  Rough Trade directeur Geoff Travis produceert de boel (samen met van Mayo Thompson van Red Crayola) en dat deed hij ook al met voorgaande single ‘Rowche Rumble.’ ‘Elastic Man’ is één van The Fall meest opwindende nummers, Mark E Smith maakt hier werk van zijn voorliefde voor science fiction en kruipt in de huid van een gevierd sf-schrijver die in werkelijkheid tegen een writer’s block aanhikt. Liggend op zijn bed ligt hij zich alsmaar maar af te vragen ‘How I wrote ‘Elastic Man.” Wow, wat een titel!  Over Mark’s eigen geestesgesteldheid in die tijd hoeven we ons weinig illusies te maken; “I’m totally wired!’ krijst hij het uit op het andere Rough Trade-plaatje.

7 en 8)
‘Lie Dream of a Casino Soul’ en ‘Look, Now’ verschenen beide op het nieuwe, kortstondig bestaande label Kamera Records, in respectievelijk 1981 en 1982. ‘Lie Dream’ is weer zo’n waanzinnig onweerstaanbaar Fall nummer met een dito beat. Het nummer schijnt te gaan over de Northern Soul-scene zoals dat in die dagen nog floreerde. Het Wigan Casino in Greater Manchester gold als het epicentrum van deze beweging, vandaar ongeveer de titel. Verder veel typische MES-wordplay, “I think I cut my Dyckhoff” zingt hij en op de hoes verklaart hij zich nader: ‘Dyckhoff = Deutsche Kendals’ staat er. En Kendals was weer het V&D van Manchester. Van dat soort dingen dus, en dat aan de lopende band. Eenmaal ‘inside Mark E. Smith’ hoef je je nooit meer te vervelen!  De gave hoes is van de hand van tekenaar Savage Pencil die destijds voor het popblaadje Sounds werkte.

Kut zeg, “Look , Know” ontbreekt in mijn kolleksie, dan kan ik er ook niks over schrijven. Maar geloof mij, dit nummer begint met een onvervalst casiootje! En dat instrument loopt bijna naadloos over in….

9)
Met ‘The Man Whose Head Expanded’ keert de band glorieus terug op Rough Trade. Let even op, hier wordt wederom vol overgave de Casio ingezet. Dit made-in-Japan instrument past perfect in de muzikale filosofie van de band natuurlijk. Immers, het is niet alleen een toegankelijk, zeer betaalbaar keyboard-speeltje met een paar voorgeprogrammeerde rhythmes en riedeltjes erop. (ook het hitje “Da da da’ van het Hamburgse bandje Trio leunde grotendeels hierop) maar het zijn eerder de onmogelijkheden dan de mogelijkheden die het ding kenmerken, en   – laat dat maar aan TheFall over- daarin schuilt een aantrekkingskracht waar je goed gebruik van kan maken.

Het nummer is nog geen minuut onderweg of we horen Mark al roepen:Turn that bloody blimey Space Invader off!

10)
Kicker Conspiracy’ verschijnt als dubbel-single, dus met vier nummer erop! Op de hoes een gave krantenfoto van een knokpartijtje, zo te zien van voetbalsupporters onderling. Memorabel, ja misschien wel mijn all-time Fall-favorite, is ‘Container Drivers’ op Kant C. De nep-country, working class/container-thematiek hing kennelijk hoog in de Noordzeelucht want in datzelfde tijdsgewricht had Henk Wijngaard hier in Holland met ‘Containersong’ een even indrukwekkend lied gebakken (met als refrein ”Laat ze gaan gaan gaan, geef die jongens toch vrij baan, douw eens op je rem, denk af en toe aan hen, want DE CONTAINERS DIE MOETEN ERDOOR”). Mooie persoonlijk herinneringen hieraan, de liedjes leenden zich er goed voor om na zes biertjes uit volle borst dwars door elkaar heen te zingen.

 

Moge Mark nog lang tekeer gaan in het andere zwarte gat.

 

 

Comments

comments

Tags: ,


About the Author



Comments are closed.

Back to Top ↑